Blijven = to remain, to stay
Present
ik blijf (I remain)
jij blijft
hij blijft
wij blijven
jullie blijven
zij blijven
Past
ik bleef (I remained)
jij bleef
hij bleef
wij bleven
jullie bleven
zij bleven
Present Perfect
ik ben gebleven (I have remained)
jij bent gebleven
hij is gebleven
wij zijn gebleven
zij zijn gebleven
*For blijven, it is not "ik heb gebleven, but it is "ik ben gebleven)
No comments:
Post a Comment